De rit erheen werd getekend door een merkwaardig incident: in de buurt van Gorinchem (spreek uit: Gorkum) kwam er een reiger dwars over de snelweg aanvliegen. Ontwijken kon niet meer, en zou bovendien zeer onverstandig en gevaarlijk zijn. Met een doffe klap kwam de reiger tegen de bovenkant van de voorruit aan. In de spiegels zag ik nog net hoe hij op het wegdek neerdwarrelde, vermoedelijk morsdood. De auto had verder geen schade.
De rest van de rit verliep zonder verdere incidenten. Vanaf de parkeergarage was het nog ongeveer 10 minuten lopen naar het restaurant. Een leuke route, langs allerlei historische gebouwen, inclusief de Grote Kerk.
Het restaurant lag aan de Nieuwe Haven, met allerlei
jachten. We kregen een zaaltje op de 1e verdieping, zodat we geheel op onszelf waren. Iedereen kwam uit verschillende richtingen ongeveer op dezelfde tijd aan.
Na de geanimeerde lunch gaf Anneke op haar inmiddels bekende wijze een interessante inleiding op hetgeen we in Huis van Gijn allemaal te zien zouden krijgen, en wat de geschiedenis van het huis was. De concentratie verslapte enigszins toen de brug openging om een aantal flinke jachten toegang tot de Nieuwe Haven te geven. Maar niet echte verwonderlijk gezien het hoge percentage zeilers, ex-zeilers en overige bootjesgekken in het gezelschap.
De eetkamer was prachtig, evenals de andere ruimtes.
De kamers en de gangen waren bijzonder hoog, tot tegen de vijf meter, wat een mooi effect gaf. Het trappenhuis was dermate hoog, dat de zeilers en ex-zeilers onder ons gingen schatten hoe dat trappenhuis wel niet was. Tenslotte hadden die ervaring met masthoogtes. We kwamen op een schatting van 18 a 19 meter!
Een prachtig scheepsmodel (genaamd Bleiswyk) op de bovenverdieping was de aanleiding tot een discussie onder de eerder genoemde bootjesliefhebbers over het type. De eerste oplossing was vermoedelijk niet helemaal juist. Op de website van Huis van Gijn is te vinden: "In de bovengang van zijn huis staat nog steeds het 18de-eeuwse model van een VOC-schip dat zijn vader op een veiling van Mak in Dordrecht had aangekocht." En dan komen via een site met gegevens over VOC schepen vanzelf bij de uitkomst dat dit het spiegelretourschip Bleiswijk was, gebouwd in 1756.
Op de eerste verdieping was verder nog een indrukwekkende bibliotheek. En verder natuurlijk de uitgebreide prentencollectie. De "utility rooms", zoals de mangelkamer, de keuken, de opdienkeuken en de bijkeuken kwamen zeer authentiek over. In de keuken nog enige apparaten die moeilijk te duiden ware.
Op zolder tenslotte bevond zich een uitgebreide collectie speelgoed, met poppenhuizen, en zelfs enige originele Dinky Toys, sommige nog met de originele dozen.
In 2004 heeft het Prins Bernhard Cultuurfonds de Museumprijs toegekend aan dit museum. De jury was bijzonder onder de indruk van de ingetogen wijze waarop directie en staf enkele jaren geleden het museum hebben heringericht. In het juryrapport staat te lezen:
"Het huis ademt een sfeer alsof mr. Simon van Gijn ieder moment om de hoek van de kamer kan verschijnen, glas port in de ene hand en een tekening of gravure in de andere. Het museum geeft een uitstekende blik in het leven, de verzameldrang, de huishouding, de oude dag, de filosofie en het milieu van een rijke Dordtenaar. Het is daarmee niet alleen een ode aan Simon van Gijn zelf, maar veeleer ook aan een bepaald mens: de rijke verzamelaar."
En zo kwam het ook op ons over.
