vrijdag 24 januari 2020

22 januari 2020: Stedelijk Museum in Amsterdam


Op de website van het Stedelijk: “Tentoonstelling over Chagall, Picasso, Mondriaan en andere bekende en onbekende kunstenaar-migranten in Parijs in de jaren 1900 -1950. Een verhaal over anders zijn, dat wat ons onderling met elkaar verbindt en je weg vinden in een gepolariseerde samenleving en kunstwereld.”

En verder: “Marc Chagall, Pablo Picasso, Piet Mondriaan en andere bekende en onbekende kunstenaars trekken in de eerste helft van de vorige eeuw naar hét kunstcentrum van de wereld: Parijs. Op dat moment de grootste metropool van Europa en een stad waarin vrijheid heerst, in vele opzichten. Zij moeten er hun weg vinden in een toenemend polariserende samenleving, waarin vrijheid en openheid op gespannen voet komen te staan met nationalisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme. Dit is het verhaal van kunstenaars die moedige beslissingen nemen en in een vreemd land tot uitzonderlijk vernieuwend werk komen. De tentoonstelling is een uitgelezen kans om het werk van de grote moderne meesters in een ander licht te zien, én om nieuwe kunstenaars te ontdekken.”

Omdat het zeer druk was, hadden we een tijd voor de rondleiding moeten bespreken. Dat kon pas om 12:30 uur. Tegen die tijd kwamen we bij elkaar in de grote hal van het Stedelijk; druppelsgewijs. Want sommige deelnemers waren onderweg van de auto naar het museum een winkel ingezogen. Uiteindelijk waren we allen keurig op tijd, met dien verstande dat Gert en Sanny wegens ziekte verstek moesten laten gaan, en dat Lidy er nu voor het eerst bij was.

Bij de inleiding vertelde Anneke dat er zo veel te zien zou zijn dat ze slechts de krenten uit de pap zou halen. En wat voor krenten! Zoals de website vermeldt: “Chagall, Picasso, Mondriaan e.a.: Migranten in Parijs is gebaseerd op de rijke collectie van het Stedelijk Museum, en toont werk van meer dan 50 beeldend kunstenaars, fotografen en grafisch vormgevers. Bovendien zal voor het eerst in bijna 70 jaar de grote collectie Chagalls van het Stedelijk te zien zijn: 40 werken, waaronder acht iconische schilderijen, sommige speciaal voor de tentoonstelling gerestaureerd.”

We liepen van hoogtepunt naar hoogtepunt. Werken van Mondriaan, Picasso, en vele anderen trokken onze aandacht. Anneke liet ons zien hoe de verschillende artiesten elkaar beïnvloed hadden.

Één zaal was inderdaad compleet gevuld met werken van Chagall, waaronder de iconische vioolspeler. “Chagall ervaart als Joods/Russische banneling eenzaamheid, uitsluiting en onverbloemd antisemitisme. Zijn schilderijen getuigen van een diepe heimwee; vaak komen er rabbi’s, synagogen en andere Joods-Russische elementen op voor. ” Aldus de website. Al die aspecten waren inderdaad duidelijk zichtbaar in de vele werken die er hingen. Zijn zelfportret met zeven vingers was zeer fascinerend.

Van Kees van Dongen hing er het bekende levensgrote portret van Anna de Noailles, dat vanwege diverse aspecten nogal provocerend was, en zeker in de tijd waarin het geschilderd was. Ook van Kees van Dongen was een schilderij van een zeilboot voor Venetië, maar het commentaar van de zeilers onder ons was niet bepaald gunstig.

Beelden van Zadkine werden ook omstandig bekeken. Heel bijzonder. Sommige schilderijen brachten ons vervolgens terug naar wat we indertijd in het Folkwang Museum in Essen gezien hadden. Peter had het betreffende schilderij zelfs nog op zijn telefoon staan.

Zelfs van Diego Rivera hing er een schilderij, die toch ook in de jaren twintig enige tijd in Parijs had vertoeft.

Jan Sluijters was in het begin van de vorige eeuw ook in Parijs. Hij maakte toen een prachtig schilderij “Bal Tabarin”, geïnspireerd door het vele elektrische licht dat boven de feestende menigte te zien was. Dat schilderij was echter voor die tijd wat te modern, zodat hij niet langer het jaarlijkse stipendium van de Prix de Rome ontving. Tegenwoordig wordt
het natuurlijk als een absoluut topstuk beschouwd.

En grote poster van Josephine Baker maakte ook allerlei verhalen los. Henk v.A. vertelde hoe hij in 1960 nog naar een show van haar geweest was in l'Olympia. Niet langer half naakt zoals in de jaren twintig, maar in prachtige jurken.

Zij kwam ook aan de orde in een ander aspect van de tentoonstelling: “De tentoonstelling belicht ook onbekendere verhalen die direct met migratie en kunst te maken hebben. Zo is op werken de strijd voor dekolonisatie te zien, die na 1918 opvlamt als soldaten uit Afrika niet de erkenning krijgen voor
hun aandeel in de Eerste Wereldoorlog. Verder komt de zwarte gemeenschap in Parijs in beeld, van de vele arbeiders die de stad kent tot opvallende persoonlijkheden als de Amerikaanse danser en activiste Josephine Baker, die, teleurgesteld in Amerika, de Franse nationaliteit aanneemt.”

Er was veel aandacht voor de wijze hoe migranten uit Afrika – uit de Franse koloniën – hun weg zochten in het Frankrijk en Parijs van die jaren, een weg die niet bepaald eenvoudig was. Toen lagen de verhoudingen wel heel anders dan nu. Anneke wist dat te illustreren met een versje dat ze in haar poesiealbum had aangetroffen, en dat toen heel gewoon was, maar dat nu volstrekt fout en onacceptabel is:

Er liep een nikkertje op het strand
Die poetste zijn tanden met helder wit zand.
Oh lieve Anneke, ik wou dat jouw tanden
Net zo mooi wit zijn als het nikkertje op het strand

Kortom, een fraaie illustratie van hoe de tijden veranderd zijn. En dat is maar goed ook.
De rondleiding door Anneke duurde uiteindelijk een stuk langer dan het toegestane uur, maar wij vonden dat geen probleem: veel te interessant. Naar de overkant, naar Brasserie Keyzer, voor de wat late lunch.

Daar gingen we de discussie aan over het eventuele reisje naar Parijs in het najaar. Diversen onder ons hadden onderzoek gedaan, maar de consensus was toch algemeen: logistieke aspecten (trein? vliegtuig? auto? metro!), in combinatie met het totale geschatte kostenplaatje leidde ertoe dat we besloten dit niet te doen. Jammer, maar het is niet anders.

(Met dank aan Peter voor zijn foto's, en aan Yo voor het controleren van de tekst.)