De meesten van ons kwamen met de auto, maar Yo en Felix kwamen op de fiets, want ze wonen in Den Haag. Het inchecken was nog even wat gedoe, want niet alleen moesten we een stevige bijdrage betalen voor het externe gidsen door Anneke, maar ook het collectieve betalen van de toeslag kon niet uitgevoerd worden. Maar uiteindelijk konden we allen aan de koffie. Ik schrijf met opzet "allen", want we waren geheel compleet.
Op de website van het museum vinden we het volgende over Henry Moore: "Hoe kwam beeldhouwer Henry Moore (1898-1986), wiens werk in musea, parken en op pleinen in steden over de gehele wereld te bewonderen is eigenlijk tot zijn unieke vormentaal? Die voor iedereen herkenbare stijl waarin hij de abstracte beeldhouwkunst en het surrealisme zo prachtig wist te combineren?
Bekend zijn zijn ‘Reclining figures’. Beelden van liggende vrouwfiguren, vaak weergegeven als een vloeiende vorm met gaten, uitgevoerd in brons, hout of steen. Met dit onderwerp werd hij wereldberoemd en groeide hij uit tot een van de belangrijkste beeldhouwers van de vorige eeuw.
Minder bekend is dat Moore veel van zijn ideeën opdeed tijdens wandelingen waarbij hij natuurlijke objecten verzamelde. Zo kon een eenvoudige schelp, een bot of een bijzonder gevormde steen de aanzet vormen tot een monumentaal, in brons uitgevoerde, modernistische sculptuur."
Aldus de website.
Na een inleiding door Anneke gingen we de feitelijke tentoonstellingsruimte in. Daar liet Anneke zien hoe Moore naar aanleiding van kleine gevonden voorwerpen, zoals takken, schelpen en botten tot zijn vormentaal kwam. Ook het traject van kleine probeersels naar grotere beelden werd inzichtelijk. Het vormingsproces van een bronzen beeld konden we volgen doordat de originele mallen ook te zien waren, met een toelichting over de verloren-was methode.
We zagen hoe Henry Moore allerlei technieken gebruikte, variërend van werken in gips, en zodanig bewerkt dat het niet meer op gips leek, maar ook in hout, steen, lood, porselein en zelfs glasvezel.
Zeer prominent in het midden van de zaal stond het grote beeld "Three Way Piece", gemaakt van gekleurd en bewerkt gips, zodanig bewerkt dat het nauwelijks meer te zien is dat het van gips gemaakt is.
Op foto's van zijn atelier konden we zien hoe hij omringd was door allerlei vondsten uit de natuur, waar hij zijn inspiratie uit putte, en waarmee en waarvan hij eerst in het klein uitprobeerde wat het uiteindelijk moest worden.
We hoorden dat hij wel zo'n 6.000 objecten heeft gemaakt, maar het kunnen er ook meer geweest zijn, bijvoorbeeld als er van een bronzen beeld meerdere exemplaren gegoten zijn.
Bij veel beelden was het opvallend hoe het perspectief veranderde, naarmate je het van verschillende kanten bekeek, en dat het er dan heel anders uitzag.
Op een binnenplaats troffen we een zeer groot en bijzonder beeld aan: aan bepaalde prominente anatomische kenmerken kon je zien dat het een man voorstelde, maar wel met enigszins merkwaardige verhoudingen. Aan de achterkant was goed te zien dat het beeld uit verschillende stukken bestaat, die aan elkaar gelast zijn.
We stonden geruime tijd stil bij het beeld "King and Queen", dat één van zijn beroemdste werken is. De combinatie van naturalistische aspecten met de sterk geabstraheerde hoofden was bijzonder. Want zo combineerde hij het menselijke met het hemelse van het koningschap.
Nu hadden we dit beeld ook al gezien in de Beeldentuin Middelheim tijdens ons bezoek aan Antwerpen. Maar dit was niet hetzelfde exemplaar, want enig onderzoek leerde ons dat er in totaal zeven exemplaren van dit beeld zijn gegoten: vijf in 1953, één in 1957, en tenslotte nog één in de jaren 80. Dit laatste exemplaar was hier te zien.
Fascinerend, want door de kleur opvallend tussen alle andere beelden was de "Three Way Ring" van spierwit porselein. En nummer 60 "Large Totem Head" in brons had een enigszins Polynesische uitstraling, die enkelen van ons wat oneerbiedig deed denken aan de houten hoosvaten die in kano's uit Polynesië gebruikt werden.
Tenslotte was er nog een goed verzorgde lunch. Daar werd ook nog even overlegd over een eventueel 2-daags tripje naar enkele musea wat verder weg, maar nog steeds in Nederland. Voorstellen worden nog nader uitgewerkt.En zo gingen we het zomerreces in: veel deelnemers gaan er met hun boot opuit.
Met dank aan Govert, Felix, Peter, en Gert voor de foto's, en aan Gerja en Yo voor het nalezen van de tekst en hun suggesties.
Naschrift: toevallig verscheen er in de Gooi- en Eemlander van donderdag 13 april een uitgebreid artikel over deze tentoonstelling. Maar er zijn meer publicaties geweest, schreef Yo.
Ga voor de foto's naar de pagina Alle foto albums













